Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Almere(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2010-2011 in beroep gegaan bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende hoger beroep in. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van dit hoger beroep, omdat het beroepschrift pas na afloop van de termijn werd ontvangen.
De rechtbank had op 15 december 2017 uitspraak gedaan, waarna de termijn voor hoger beroep eindigde op 26 januari 2018. Het hogerberoepschrift was gedagtekend op 26 januari 2018, maar werd pas op 30 januari 2018 ontvangen. Het hof onderzocht of het beroepschrift uiterlijk op 26 januari ter post was bezorgd, hetgeen belanghebbende niet aannemelijk kon maken.
De envelop droeg een poststempel van 29 januari 2018, wat als bewijs geldt voor de datum van terpostbezorging. Belanghebbende stelde geen feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. De gemachtigde verscheen niet op de zitting en gaf geen uitleg over de terpostbezorging. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
Er werd geen griffierechtvergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door het hof te Arnhem op 12 februari 2019 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de hogerberoepstermijn.