Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een Ltd die een juridisch adviesbureau drijft, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 ondernemersaftrek en autokosten ten onrechte in aftrek gebracht. De Inspecteur corrigeerde deze aftrekposten en stelde de aanslag bij naar een hoger belastbaar inkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof oordeelt dat belanghebbende geen zelfstandige onderneming drijft, waardoor hij niet in aanmerking komt voor ondernemersaftrek volgens artikel 3.74 Wet IB 2001. Daarnaast bestaat er een fictieve dienstbetrekking tussen belanghebbende en de Ltd, waardoor autokosten niet aftrekbaar zijn.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen sprake is van een bewuste gedragslijn van de Inspecteur die in rechte bescherming verdient. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard, inclusief het onderdeel belastingrente. Er worden geen proceskosten toegekend.