Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van het appartement gelegen aan [a-straat] 78 10 te [Z] per 1 januari 2016 vast op €663.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof.
Het hof beoordeelde de waarde op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij vier vergelijkbare appartementen in dezelfde regio werden gebruikt. De heffingsambtenaar onderbouwde zijn waarde met een taxatierapport en matrix waarin de verkoopprijzen en kenmerken van de vergelijkingsobjecten werden weergegeven. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was.
De door belanghebbende aangevoerde bezwaren, zoals overlast door nabijgelegen parkeergarage, invloed van de monumentale status van een vergelijkingsobject, krimpscheuren in de woning en uitzicht op een bouwkavel, werden door het hof niet voldoende onderbouwd geacht om de waarde te verlagen. Het hof concludeerde dat de waarde van €663.000 passend is en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €663.000.