Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
€ 393 -/-
€ 784 -/-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd voor het jaar 2015 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd op een verzamelinkomen van €34.088, inclusief een verzuimboete van €369. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar belanghebbende stelde hoger beroep in. Het hof oordeelde dat belanghebbende door ziekte niet tijdig aangifte kon doen en dit niet aan hem te wijten was. Hij had zijn echtgenote gemachtigd de aangifte te verzorgen, maar zij had dit niet gedaan.
Het hof stelde vast dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat belanghebbende de uitkeringen van het UWV en [B] in de tweede helft van 2015 daadwerkelijk had genoten, omdat deze op een rekening van zijn echtgenote werden gestort zonder zijn toestemming. De uitkeringen waren wel vorderbaar en inbaar, maar niet daadwerkelijk genoten. Daarom werd het verzamelinkomen verminderd tot €23.640.
Verder vernietigde het hof de verzuimboete omdat belanghebbende geen verwijt treft voor het niet tijdig doen van aangifte. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aanslag en belastingrente verminderd en de boete vernietigd. De Inspecteur werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot €23.640 en vernietigt de verzuimboete wegens afwezigheid van schuld.