ECLI:NL:GHARL:2019:3679
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en vordering op ex-echtgenoot in hoger beroep
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben geen kinderen. De vrouw diende een verzoek tot echtscheiding in, waarna de rechtbank de echtscheiding uitsprak en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aanhield. In hoger beroep is de verdeling van de gemeenschap en de toedeling van diverse vorderingen en schulden aan de orde.
De man stelde vier grieven in hoger beroep: toedeling van de vordering van de vrouw op haar ex-echtgenoot, schulden, aandelen in een onderneming en overige goederen ontvangen door de vrouw uit een eerdere relatie. Het hof oordeelde dat de vordering van de vrouw op haar ex-echtgenoot deel uitmaakt van de gemeenschap en wees deze toe aan de vrouw, met een overbedelingsverplichting tot betaling aan de man.
De schulden werden geacht gemeenschappelijk te zijn, waarbij ieder voor de helft aansprakelijk is, behalve voor onvoldoende onderbouwde schulden. De aandelen in de onderneming werden aan de man toegewezen, en de overige goederen werden gewaardeerd en aan de vrouw toegewezen, met een overbedelingsverplichting aan de man. De vrouw's verzoek tot afbetaling werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover het oordeel betreft, en bepaalde de nieuwe verdeling en betalingsverplichtingen, waarbij de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de vrouw op haar ex-echtgenoot toe, bepaalt de verdeling van schulden en aandelen, en veroordeelt de vrouw tot betaling wegens overbedeling aan de man.