Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Ontvanger/X), naar analogie van toepassing te achten op degene die formeel geen bestuurder is maar die rol feitelijk wel vervult (rov. 4.5.3.). Tegen dit oordeel heeft [eiser] in hoger beroep geen grief gericht, zoals ook blijkt uit rov. 3.3 van het bestreden arrest, waarin het hof heeft overwogen dat partijen in hoger beroep ‘eveneens – impliciet – van toepasselijkheid van Nederlands recht’ zijn uitgegaan. Zoals gezegd, conflictregels zijn processueel niet van openbare orde, zodat het hof aan het oordeel van de rechtbank over het toepasselijke recht gebonden is. Hierop stuit onderdeel 1 in zijn geheel af.
onderdeel 2stel ik het volgende voorop. Het is vaste rechtspraak dat in het kader van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering, een bestuurder op grond van art. 6:162 BW Pro persoonlijk aansprakelijk kan zijn. [9] Ik citeer in dit verband de volgende overweging uit het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 8 december 2006: