Het huwelijk van partijen werd op 17 juni 2016 ontbonden en de man werd verplicht tot betaling van kinderalimentatie aan de vrouw. In eerste aanleg stelde de rechtbank de alimentatie vast op €168 per maand vanaf 1 juli 2018. De man kwam in hoger beroep met het verzoek om de alimentatie op nihil te stellen vanwege zijn deelname aan een schuldsaneringstraject bij de Stadsbank Oost-Nederland, dat volgens hem gelijkwaardig is aan de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De vrouw voerde verweer en stelde dat het hier budgetbeheer betreft en dat de man draagkracht heeft om alimentatie te betalen. Het hof oordeelde dat de condities van het schuldsaneringstraject gelijk zijn aan die van de wettelijke regeling en dat de man geen draagkracht heeft voor alimentatie, omdat het vrij te laten bedrag geen component voor kinderalimentatie bevat.
Het hof stelde daarom de kinderalimentatie met ingang van de dag van de mondelinge behandeling op nihil en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Beide partijen stemden in met deze ingangsdatum. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd omdat partijen gewezen echtgenoten zijn.