Uitspraak
De Trans,
[verweerster],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de werknemer recht had op een transitievergoeding na beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen. De werknemer had, ondanks een eerdere waarschuwing, op 6 maart 2018 opnieuw chocola gegeven aan een cliënt die vanwege een voedingsvoorschrift alleen gemalen voedsel mocht krijgen. Dit vormde een groot risico op verslikken met mogelijk fatale gevolgen.
Het hof baseerde zich op verklaringen van meerdere getuigen, waaronder een leidinggevende en een HR-adviseur, die het incident direct na het voorval hadden besproken en vastgelegd. De werknemer ontkende het aan de betreffende cliënt te hebben gegeven, maar het hof achtte de verklaringen van de getuigen, die consistent en tijdig waren, overtuigend. Hierdoor stond vast dat de werknemer het voedingsvoorschrift had overtreden.
Gelet op artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro is de transitievergoeding uitgesloten bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Het hof oordeelde dat het handelen van de werknemer ernstig verwijtbaar was en dat het ontslag het gevolg was van dit handelen. Daarom werd het hoger beroep van de werknemer afgewezen en werd de beschikking van de kantonrechter vernietigd voor zover deze de transitievergoeding toekende.
Uitkomst: Werknemer heeft geen recht op transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen door herhaaldelijk overtreden van voedingsvoorschrift.