Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2019:503

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 januari 2019
Publicatiedatum
22 januari 2019
Zaaknummer
200.246.098/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 122 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep bij foutieve partijaanduiding in appeldagvaarding

Call2Collect heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, maar in de appeldagvaarding is abusievelijk een verkeerde rechtspersoon, Arvato Finance International B.V. (AFI), als geïntimeerde genoemd in plaats van Afterpay B.V. Deze fout werd door Call2Collect erkend als een kennelijke vergissing. AFI stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat zij geen partij was in de eerdere procedure.

Call2Collect verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een fout in de partijaanduiding kan worden hersteld door rectificatie, mits de wederpartij hiervan op de hoogte was, niet onredelijk wordt benadeeld en de rectificatie tijdig plaatsvindt. Het hof overweegt dat de ratio van deze rechtspraak is om deformalisering te bevorderen en materiële belangen te beschermen.

Het hof past het arrest van de Hoge Raad uit 2013 toe en stelt dat de procedure in hoger beroep in beginsel tussen dezelfde partijen als in eerste aanleg moet plaatsvinden. Bij een vergissing in de partijaanduiding kan een wijziging worden toegestaan, tenzij de wederpartij onredelijk wordt benadeeld. Omdat AFI niet in de procedure van eerste aanleg was verschenen, beveelt het hof dat Afterpay wordt opgeroepen zich uit te laten over de rectificatie.

De zaak wordt verwezen naar de rol voor oproeping van Afterpay, waarna het hof een termijn zal geven voor een akte over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Indien Afterpay niet verschijnt, zal het hof bij arrest beslissen over de ontvankelijkheid en verstekverlening. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Het hof bepaalt dat de juiste partij wordt opgeroepen om zich uit te laten over de rectificatie van de partijaanduiding en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.246.098/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 155461)

arrest van 22 januari 2019

in de zaak van

Call2Collect B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna:
Call2Collect,
advocaat: mr. Chr. Groenewoud, kantoorhoudend te Rotterdam,
tegen

Arvato Finance International B.V.,

gevestigd te Heerenveen,
hierna:
AFI,
advocaat: mr. M.S. van der Jagt, kantoorhoudend te Amsterdam.
1 Het procesverloop
1.1
Call2Collect heeft AFI bij exploot van 7 september 2018 gedagvaard tegen de zitting van 25 september 2018 met de aanzegging dat zij in hoger beroep komt van een vonnis van 13 juni 2018 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank) in de zaak met rolnummer C/17/155461 / HA ZA 17-140). Dit vonnis is gewezen tussen Call2Collect als eisende partij in conventie en Avato Finance B.V., gevestigd te Heerenveen, h.o.d.n. Afterpay (verder: Afterpay) als gedaagde partij in conventie.
1.2
Het verdere procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
- de memorie van grieven van 25 september 2018 (met producties 33 t/m 39) gericht tegen Afterpay;
- de memorie houdende incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van 6 november 2018 (met producties 1 t/m 3) van AFI;
- de memorie van antwoord in incident tevens akte houdende rectificatie partijaanduiding (met productie 40) van Call2Collect.
1.3
Op de rol van 4 december 2018 hebben partijen de stukken overgelegd. Arrest is bepaald op heden.
2 De beoordeling
2.1
Het hof dient - zo nodig ambtshalve - te beoordelen of Call2Collect in haar hoger beroep dat zij bedoeld heeft in te stellen tegen Afterpay kan worden ontvangen.
2.2
AFI stelt dat Call2Collect niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep, aangezien AFI geen procespartij was in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van de rechtbank van 13 juni 2018.
2.3
Call2Collect heeft aangevoerd dat zij in de appeldagvaarding een fout heeft gemaakt. Ten onrechte is AFI aangeduid als geïntimeerde, waar dit Afterpay had moeten zijn. Volgens Call2Collect is hier sprake van een kennelijke vergissing en zij verzoekt het hof om de onjuiste partijaanduiding te rectificeren en Afterpay de mogelijkheid te bieden om alsnog te verschijnen in deze procedure. Call2Collect heeft gewezen op rechtspraak van de Hoge Raad die volgens haar inhoudt dat indien sprake is van een vergissing in de partijaanduiding, deze door een rectificatie kan worden hersteld indien (a) de vergissing onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar was, (b) de wederpartij door de vergissing en de rectificatie niet is benadeeld, en (c) de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden. Call2Collect verwijst onder meer naar HR 22 oktober 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AP1435), HR 22 juni 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BA4122) en HR 14 december 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BB4765). Call2Collect stelt dat de door haar genoemde uitspraken weliswaar betrekking hebben op een vergissing in de partijaanduiding van de appellerende partij, maar dat die rechtspraak ook dient te gelden bij een vergissing in de partijaanduiding van de (beoogde) geïntimeerde.
2.4
Het hof overweegt dat de ratio van de deformaliseringstendens die ten grondslag ligt aan de rechtspraak van de Hoge Raad is dat fouten en vergissingen niet tot fatale gevolgen behoren te leiden, mits de wederpartij door het herstel hiervan niet onredelijk in haar belangen wordt geschaad. Voorts dient zoveel mogelijk te worden beslist tussen de werkelijk belanghebbende partijen bij de rechtsbetrekking in geschil.
2.5
In zijn arrest van 13 december 2013 heeft de Hoge Raad overwogen dat met herstel van louter formele fouten in de regel geen materiële belangen van de wederpartij worden geschaad (ECLI:NL:HR:2013:1881). Vervolgens oordeelde de HR dat voortaan bij de beoordeling of de aanduiding van een procespartij kan worden gewijzigd nadat de procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, de volgende regels zullen gelden:
(i) Een procedure in een volgende instantie dient in beginsel plaats te vinden tussen de partijen uit de vorige instantie;
(ii) Indien een procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, kan een verschenen partij wijziging verzoeken van haar aanduiding in de procedure op de grond dat een vergissing is begaan in die aanduiding of een partijwisseling heeft plaatsgevonden;
(iii) Het verzoek is toewijsbaar, tenzij de wederpartij stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat zij daardoor onredelijk in haar belangen wordt geschaad (vgl. art. 122 lid 1 Rv Pro);
(iv) Indien de wederpartij niet in de door het rechtsmiddel ingeleide procedure is verschenen, beveelt de rechter dat zij wordt opgeroepen teneinde zich over het verzoek tot wijziging uit te laten.
2.6
Het hof ziet aanleiding om in dit geval toepassing te geven aan deze regels door te bepalen dat Afterpay door Call2Collect bij exploot wordt opgeroepen, zodat Afterpay zich over het verzoek van Call2Collect tot wijziging van de partijaanduiding van geïntimeerde in de appeldagvaarding kan uitlaten. Indien een advocaat zich namens Afterpay stelt, zal het hof een termijn van vier weken geven voor een akte uitlating ontvankelijkheid hoger beroep door Afterpay. Indien zich namens Afterpay geen advocaat stelt, zal het hof bij arrest een beslissing nemen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de verstekverlening aan Afterpay (vgl. HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1844).
2.7
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van
5 februari 2019voor oproeping door Call2Collect van: Afterpay B.V., gevestigd te Heerenveen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 januari 2019.