Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak ging het om een verzoek tot verbetering van een kennelijke fout in het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 april 2019, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland had vernietigd en de geïntimeerde veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante.
Appellante stelde dat in het arrest een fout stond in de vaststelling van het salaris van de advocaat in hoger beroep: het bedrag was abusievelijk vastgesteld op twee punten in plaats van tweeënhalve punten volgens het liquidatietarief. Het hof heeft dit verzoek als een verzoek tot verbetering in de zin van artikel 31 Rv Pro opgevat.
Na beoordeling concludeerde het hof dat er inderdaad sprake was van een kennelijke fout. In de overwegingen werd het juiste bedrag van €3.477,50 (2,5 punten x tarief €1.391,00) genoemd, maar in de beslissing stond abusievelijk €2.782,- vermeld. Het arrest is daarom verbeterd door het juiste bedrag in de beslissing op te nemen.
Deze verbetering is op 25 juni 2019 vastgesteld en opgenomen in de minuut van het arrest van 9 april 2019. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Rousseau, Vaessen en Groos.
Uitkomst: Het arrest van 9 april 2019 is verbeterd door het salaris advocaat in hoger beroep vast te stellen op €3.477,50 in plaats van €2.782,-.