Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing van de kantonrechter
“ten overvloede”dat Achmea haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd om aan te nemen dat [geïntimeerde] het opzet heeft gehad om haar te misleiden.
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Vanwege het ingrijpende karakter van de sanctie voor de verzekeringnemer moet het dus gaan om benadeling van de verzekeraar in een daadwerkelijk, (niet theoretisch maar) praktisch en tevens redelijk belang. Die redelijkheid impliceert tevens de eis van proportionaliteit. Ook hier rusten de stelplicht en bewijslast in beginsel op de verzekeraar.
“Betreft zeer oud apparaat”respectievelijk € 250
“Betreft een aantal kussens, een laken en sloop die afgekeurd zijn”). De subsidiaire vervalgrond wordt daarom eveneens verworpen.