Op 16 september 2014 belemmerde verdachte, die als advocaat zijn cliënt bijstond, een toezichthouder van de gemeente tijdens een controle in een pand door deze een duw te geven. De toezichthouder voerde toezicht uit op grond van de Algemene wet op het binnentreden en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De politierechter sprak verdachte vrij, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dit vonnis en verklaarde verdachte schuldig. Het hof verwierp verweren gericht op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens willekeur, schending van de goede procesorde en tijdsverloop. Ook stelde het hof vast dat geen sprake was van onrechtmatig handelen door toezichthouders.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de toezichthouder opzettelijk belemmerde door hem te duwen, maar niet dat de toezichthouder ten val kwam. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €150 en drie dagen hechtenis, waarbij de hechtenis kan worden omgezet bij niet-betaling. Het hof benadrukte dat het gedrag van verdachte, juist in zijn rol als advocaat, geen respect voor autoriteiten toonde en niet gerechtvaardigd kon worden door zijn onvrede over de controle.