ECLI:NL:HR:2021:495

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2021
Publicatiedatum
1 april 2021
Zaaknummer
19/03292
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 184 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Belemmering ambtelijke handeling door advocaat tijdens toezicht op bestemmingsplan

De zaak betreft een verdachte die als advocaat een toezichthouder van de gemeente Borne belemmerde bij het uitvoeren van een controle op de naleving van het bestemmingsplan in het pand van een cliënt. De verdachte duwde de toezichthouder omdat deze binnen filmde, hetgeen werd aangemerkt als belemmering van een ambtelijke handeling op grond van artikel 184 lid 1 Sr Pro.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat hij niet had voldaan aan het bevel krachtens wettelijk voorschrift en dat hij geen opzet had op de belemmering. Tevens voerde hij aan dat de vervolging in strijd was met het verbod op willekeur en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 6 april 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens belemmering van een ambtelijke handeling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03292
Datum6 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2019, nummer 21-002025-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 april 2021.