Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
6 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die als advocaat een toezichthouder van de gemeente Borne belemmerde bij het uitvoeren van een controle op de naleving van het bestemmingsplan in het pand van een cliënt. De verdachte duwde de toezichthouder omdat deze binnen filmde, hetgeen werd aangemerkt als belemmering van een ambtelijke handeling op grond van artikel 184 lid 1 Sr Pro.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat hij niet had voldaan aan het bevel krachtens wettelijk voorschrift en dat hij geen opzet had op de belemmering. Tevens voerde hij aan dat de vervolging in strijd was met het verbod op willekeur en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 6 april 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens belemmering van een ambtelijke handeling blijft in stand.