Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
1.De uitspraak waarvan verzet
2.De feiten
Kenmerk van uw zaak:
De gronden van het verzet
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende diende verzet in tegen de uitspraak van de achttiende enkelvoudige belastingkamer van het Hof, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late betaling van het griffierecht. De gemachtigde van belanghebbende stelde dat de griffierechtnota niet correct was geadresseerd en onvoldoende informatie bevatte om het griffierecht zonder discussie te voldoen.
Het Hof oordeelde dat de griffierechtnota wel degelijk duidelijk maakte op welke zaak deze betrekking had, met vermelding van het zaaknummer en de partijen. Hoewel het adres van het WOZ-object ontbrak, schrijft de Algemene wet bestuursrecht niet voor dat dit op de nota moet staan. De correspondentie was conform de wettelijke eisen naar de gemachtigde verzonden.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Het risico dat belanghebbende het griffierecht niet tijdig betaalde vanwege de vorm van de nota, komt voor zijn rekening. Het Hof zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late betaling van het griffierecht.