ECLI:NL:HR:2002:AF0961
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1996, die na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
In cassatie stelde belanghebbende dat het beroepschrift van 19 april 2000 ook betrekking had op de uitspraak op bezwaar, maar de Hoge Raad verwierp dit als feitelijk oordeel van het Hof. De Hoge Raad bevestigde dat de beroepstermijn startte op 17 maart 2000, de dag na dagtekening van de brief van de Inspecteur van 16 maart 2000, waarin het bezwaar werd afgewezen.
Het Hof had geoordeeld dat de termijn pas op 1 april 2000 begon, de dag waarop belanghebbende de brief ontving via zijn adviseur, maar deze motivering vond de Hoge Raad onvoldoende. Desondanks leidde dit niet tot cassatie omdat het beroepschrift van 22 mei 2000 te laat was ingediend. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.