Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder heeft in hoger beroep verzocht om de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige kind bij haar vast te stellen. Het hof heeft het geding behandeld na ontvangst van een rapport van de raad voor de kinderbescherming en een kindgesprek met het twaalfjarige kind.
Het kind woont sinds jonge leeftijd bij zijn grootmoeder van vaderszijde (oma), die vanwege haar leeftijd aangeeft dat de verzorging zwaar is. De vader heeft in het verleden onvoldoende verantwoordelijkheid genomen als opvoeder, terwijl de moeder onduidelijkheid schept door beperkte medewerking aan hulpverlening. De raad en de gecertificeerde instelling (GI) adviseren het verblijf bij oma voort te zetten, maar het hof constateert onvoldoende zicht op de thuissituaties van de ouders.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het kind het liefst bij zijn vader wil wonen, maar het hof oordeelt dat dit momenteel niet mogelijk is vanwege de ongeschikte situatie bij de vader. De moeder is wel in staat het kind te verzorgen en op te voeden, ondanks beperkte informatie. Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder komt, in het belang van het kind.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt toegewezen aan de moeder.