Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ouders van een kind geboren in 2007, waarbij het gezag gezamenlijk is en het kind bij de vrouw woont. De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van kinderalimentatie van €451,72 per maand, maar de rechtbank stelde dit vast op €260 per maand met ingang van 18 december 2018.
De man ging in hoger beroep tegen de draagkrachtbeoordeling en verzocht om vernietiging van de beschikking en afwijzing van het verzoek tot vaststelling van €451,72. De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep tegen de ingangsdatum van de alimentatieverplichting en verzocht deze te wijzigen naar 23 februari 2018, de datum van haar verzoekschrift.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende gegevens had verstrekt over zijn draagkracht, mede doordat hij niet aanwezig was bij de mondelinge behandeling ondanks aangeboden vervoer. Het hof volgde de rechtbank in de vaststelling van de kinderalimentatie van €260 per maand en stelde de ingangsdatum van de onderhoudsverplichting vast op 23 februari 2018, omdat de man vanaf die datum rekening moest houden met de verplichting.
De grieven van de man faalden, terwijl de grief van de vrouw in het incidenteel hoger beroep slaagde. Het hof vernietigde het deel van de beschikking over de ingangsdatum en bepaalde dat de man vanaf 23 februari 2018 de vastgestelde bijdrage moet betalen, met terugwerkende kracht.
Uitkomst: De kinderalimentatie van €260 per maand wordt bekrachtigd en de ingangsdatum van de onderhoudsverplichting vastgesteld op 23 februari 2018.