Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde3] ,
[geïntimeerde4] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater zijn geregistreerde partner onterft, nietig is wegens wilsonbekwaamheid van de erflater. De appellante stelt dat de erflater op het moment van het opstellen van de uiterste wilsbeschikking leed aan een geestelijke stoornis die hem belette de belangen van zijn geregistreerde partner redelijk te waarderen.
Het hof heeft in een tussenarrest de appellante toegelaten tot bewijslevering en zij heeft dertien getuigen gehoord. De andere partijen hebben afgezien van tegengetuigenverhoor. Tijdens de comparitie van partijen is besproken of een medisch deskundigenbericht noodzakelijk is.
Het hof heeft de zaak verwezen naar een roldatum voor het indienen van een memorie na enquête en comparitie door appellante, waarna de andere partijen kunnen reageren. Het hof zal op basis van deze stukken beoordelen of het bewijs van wilsonbekwaamheid is geleverd en of een deskundigenbericht moet worden bevolen. De verdere beslissing is aangehouden.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere bewijsvoering en beoordeling van wilsonbekwaamheid.