Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte aanspraak op persoonsgebonden aftrek voor de kosten van een tweede huurwoning waar zijn partner verbleef vanwege chronische rugklachten. De Inspecteur weigerde deze aftrek, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde dat het verblijf vergelijkbaar was met een ziekenhuisverblijf waar zorg wordt verleend.
Het hof oordeelde dat de huurwoning niet kan worden aangemerkt als een verpleeginrichting of ziekenhuis in de zin van de Wet IB 2001 en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De verzorging door belanghebbende was niet-medisch van aard en hij was niet gekwalificeerd voor medische zorgverlening. Daarom konden de kosten niet als specifieke zorgkosten worden afgetrokken.
Ook het beroep tegen de navorderingsaanslag en belastingrente faalde omdat daartegen geen zelfstandige grieven waren ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht en proceskosten werden niet toegewezen.
De uitspraak bevestigt de strikte uitleg van de persoonsgebonden aftrek voor specifieke zorgkosten en sluit de aftrek van kosten van een tweede woning voor niet-medische zorg uit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; de huurkosten van de tweede woning zijn niet aftrekbaar als specifieke zorgkosten.