Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellanten] c.s.,
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
[E] van KBE Kloosterman Bouwkundige Expertise (hierna kortweg [E] ) een onderzoek uitgevoerd naar het platte dak. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport d.d. 28 oktober 2014. De belangrijkste constateringen zijn:
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
De hoeveelheid water en het lokale karakter van het water wijzen op lekkage. “water is erg dun” en de feitelijke plaats van de lekkage kan slecht worden vastgesteld. De dakbedekking ziet er goed uit, waardoor eerder moet worden gedacht aan de dakrandconstructies. Door de geringe opstand zal water door de wind onder dakkap kunnen waaien en zich een weg zoeken achter en onder de dakbedekking. Een lekje in de dakbedekking is echter ook niet uit te sluiten.”Verder schrijft [F] in antwoord op de vraag of de regels van bouwfysica goed zijn toegepast dat :
“Zoals al eerder gesteld is een koud dakconstructie erg kritisch. Door de beperkte ventilatie van het pakket in deze situatie valt of staat de integriteit van de constructie voor een groot deel met een goede uitvoering van de dampremmende folie. De regels van bouwfysica zijn goed toegepast, maar een grotere spouw had de constructie minder kritisch gemaakt.”
De schade wordt voornamelijk veroorzaakt door vochtige lucht vanuit de spouw dat de houten balklaag en dakbeschot aantast. Bij een keuze van een kouddak moet boven de isolatie wel geventileerd worden. Hier is in wisselende mate sprake van, echter het detail moet wel zodanig zijn uitgevoerd dat geen aantasting door vocht in de balken en/of dakbeschot kan ontstaat. Dit is nu niet het geval. Er is een duidelijk verband geconstateerd tussen de aantasting van de balken/dakbeschot op diverse plekken langs de gevels en de spouw van de buitenmuur.”Ook volgens [E] wordt de wateroverlast niet veroorzaakt door lekkage maar
“het niet op de juiste wijze aanbrengen van de isolatie en het ontbreken van ventilatie hebben houtrot en schimmel in de dakconstructie tot gevolg gehad”.
“Om condensatie tegen te gaan dient de spouw boven de isolatie te worden geventileerd met buitenlucht. Dit dient te geschieden door middel van ventilatieopeningen tussen alle dakbalken in twee tegenover elkaar liggende gevels. Nu zijn er helemaal geen ventilatieopeningen aanwezig.”[F] zelf wijst er ook op dat de ventilatie in de constructie beperkt is. [F] schrijft op dit punt: “
Doordat de garage tegen het hoofdgebouw is geplaatst is het niet mogelijk over het gehele dak een luchtstroom te creëren van links naar rechts. Ook door de geringe spouw is de ventilatie beperkt”. Daarbij verkeert, de bitumen daklaag in goede staat en de levensduur is normaliter langer dan 8 jaar, hetgeen lekkage ook niet aannemelijk maakt. Bovendien maakt [E] er juist melding van dat er water op het dak blijft staan. De problemen doen zich verder vooral voor langs de dakranden, hetgeen eerder lijkt te duiden op een probleem met de dakrandconstructie, zoals [I] ook concludeert. Ook [F] noemt de dakrandconstructie als mogelijk probleem, nu een opstand van 40 mm volgens hem te gering is. [F] stelt verder in zijn rapport dat, omdat het platte dak van de garage geen verbinding met het platte dak boven de slaapkamer, bijkeuken en kleedruimte heeft, daar ook geen vochtig milieu is ontstaan terwijl uit het rapport van [I] blijkt dat er ook aantasting door vocht van het dakbeschot in de verblijfruimten van de aanbouw is geconstateerd. Dit ondersteunt de conclusies van [I] en [E] dat het vocht wordt veroorzaakt door een gebrek aan ventilatie veeleer dan de conclusie van [F] dat sprake is van een lekje in de dakbedekking. Daarbij volgt uit het rapport van [I] en [F] dat ook de dakrandconstructie niet juist is uitgevoerd. Uit het rapport van [I] blijkt verder dat als gevolg van de doorvoeren (het doorbreken van de folie in de badkamer en garage) condensatievocht is ontstaan. [D] wijst hier ook op.
€ 49.485,20 toewijzen. Het hof zal verder de gevorderde wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW Pro) vanaf de dag der dagvaarding in eerste aanleg toewijzen, nu op dit punt geen verweer is gevoerd.
1 juli 2012 is ingetreden. [geïntimeerde] , de schuldenaar, is geen consument, zodat getoetst moet worden of er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden
De slotsom