In deze civiele procedure staat de uitleg en ontbinding van een raamovereenkomst centraal tussen Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) en Alert Life Sciences Computing. Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het hof de feiten en eerdere rechtsoverwegingen overgenomen en beoordeelt het de vraag of artikel 23.8 van de overeenkomst een opzeggings- dan wel ontbindingsgrond betreft. Het hof concludeert dat artikel 23.8 een opzeggingsbevoegdheid inhoudt en niet tot ontbinding leidt.
Vervolgens behandelt het hof de kern van het geschil: of JBZ de overeenkomst mocht ontbinden wegens het niet halen van de fatale deadline van 28 februari 2011 voor de Integral Acceptance Test (IAT). Het hof stelt vast dat deze deadline contractueel als een fatale milestone geldt en dat Alert deze niet heeft gehaald, wat een ernstige tekortkoming oplevert. Op grond van artikel 16.1 en 23.1.a van de overeenkomst is Alert daardoor zonder ingebrekestelling in verzuim gekomen, rechtvaardigt dit de ontbinding en is de ontbindingsverklaring van 3 oktober 2011 rechtsgeldig.
Het hof verwerpt de verweren van Alert dat de ontbinding pas na de derde afkeuring ex artikel 9.1.9 mogelijk zou zijn en dat de overschrijding niet aan haar kan worden toegerekend. Ook het beroep op verjaring en klachtplicht faalt. De ontbinding leidt tot toewijzing van een schadevergoeding van €1.500.000,- en terugbetaling van €1.175.854,86 aan JBZ, vermeerderd met wettelijke rente. Alert wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch bevestigd en uitgebreid.