Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
Article 23.1a: Alert has severely breached its obligations
3.Bespreking van het cassatiemiddel
niettegen diverse impliciete dan wel expliciete oordelen van het hof na verwijzing, zodat van de juistheid van die oordelen in deze tweede cassatieprocedure moet worden uitgegaan:
“Alert has repeatedly not met deadlines and milestones”). Daarop is de rechtbank in haar vonnis van 21 augustus 2013 (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBOBR:2013:4678) allereerst nagegaan of er sprake was van fatale deadlines zodat verzuim was ingetreden zonder ingebrekestelling. Daarbij heeft zij overwogen (onder 4.5) dat bij die beoordeling het wettelijk systeem van ingebrekestelling en verzuim van het Burgerlijk Wetboek het vertrekpunt zal zijn, omdat partijen ter comparitie hebben aangegeven dat zij niet hebben beoogd om daaromtrent een afwijkende contractuele regeling te treffen. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat de contractueel vastgelegde termijnen niet fataal zijn.
dat iii) de overschrijding van afgesproken termijnen haar niet kan worden toegerekend,en dat iv) de speciale ontbindingsregeling van artikel 9.1.9 voorgaat op de algemene ontbindingsregeling in artikel 23 lid 1 van Pro de overeenkomst. Daarom zal het hof onderzoeken of, artikelen 16.1 en 23.1.a in samenhang beziend, sprake is van een ernstige tekortkoming van Alert in verband met het niet halen van de IAT deadline op 28 februari 2011 waardoor verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden en de ontbindingsverklaring van 3 oktober 2011 op goede grond is uitgebracht, waarbij het hof onder 3.7 en 3.8 eerst zal ingaan op de hiervoor onder i) tot en met iv) genoemde verweren.’
onderdelen 1-3hangen samen. Alert c.s. klagen dat het verwijzingshof niet ook de in de memorie van antwoord na verwijzing onder 8 en de in de conclusie van antwoord in hoofdstuk 7 en 9 aangedragen argumenten voor hun standpunt heeft besproken. Alert c.s. wijzen erop dat de verweren in eerste aanleg in appel niet zijn prijsgegeven en dat het verwijzingshof op grond van de devolutieve werking van het appel gehouden was daarop nader in te gaan, nu zij meer omvatten dan wat in appel is aangevoerd. Voor het geval dat het verwijzingshof van oordeel is geweest dat de beoogde argumenten niet opgaan, klaagt het middel dat het oordeel onvoldoende is gemotiveerd.
onderdeel 5voeren Alert c.s. aan dat het hof na verwijzing in de bestreden overwegingen de zaak niet heeft voortgezet en beslist met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad.
onderdeel 6voeren Alert c.s. aan dat het verwijzingshof niet zonder (nadere) motivering tot het bestreden oordeel had kunnen komen. Het onderdeel bestaat uit twee subonderdelen.
onder 6bdat, omdat op grond van overweging 3.7.3 in het arrest van 9 augustus 2016 van het hof vóór verwijzing vaststaat dat JBZ ondanks de Change Proposal kon terugvallen op de oorspronkelijk overeengekomen einddatum van 1 januari 2012 als de nieuwe planning niet werd gehaald, [16] het niet zo kan zijn dat zij door het nieuwe tijdspad geacht kunnen worden hun rechten en weren te hebben prijsgegeven. Daarbij komt dat daarvoor een daarop gerichte wil noodzakelijk is en het hof niet heeft vastgesteld dat Alert c.s. van een dergelijke wil blijk hebben gegeven.