Uitspraak
Noorderbreedte,
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
6. Het PLB kent geen verjaringstermijn.
60 jaar is, of ouder, jaarlijks een PLB van 202 uur.
55 jaar of ouder, maar nog geen 60 jaar is, jaarlijks een PLB van 187 uur.
54 jaar is, vanaf de eerste van maand waarin hij 55 jaar wordt jaarlijks een PLB van 172 uur;
53 jaar is, vanaf de eerste van de maand waarin hij 55 jaar wordt jaarlijks een PLB van 157 uur;
52 jaar is, vanaf de eerste van de maand waarin hij 55 jaar wordt jaarlijks een PLB van 142 uur;
51 jaar is, vanaf de eerste van de maand waarin hij 55 jaar wordt jaarlijks een PLB van 122 uur;
50 jaar is, vanaf de eerste van de maand waarin hij 55 jaar wordt jaarlijks een PLB van 102 uur.
4.De beoordeling in hoger beroep
- beleid dat ten doel heeft een duurzame en optimale inzetbaarheid te bewerkstelligen van alle medewerkers van alle leeftijden in een organisatie; en
- daartoe passende - waaronder in ieder geval activerende - maatregelen omvat die rekening houden met de fysieke, mentale en sociale omstandigheden van de medewerkers, die verband houden met hun leeftijd of levensfase.
Grief IV in principaal hoger beroepslaagt.
grief I in principaal hoger beroepbetoogt Noorderbreedte dat zij met haar onder 2.7 weergegeven brief van 29 juni 2016 niet onvoorwaardelijk heeft toegezegd dat [geïntimeerde] ORT zou ontvangen wanneer de kantonrechter in de andere, toen lopende procedure met een collega van [geïntimeerde] , zou oordelen dat ORT over vakantiedagen verschuldigd is.
grief VII in principaal hoger beroepterecht op het standpunt dat de kosten van de berekening van de vordering van [geïntimeerde] voor rekening van [geïntimeerde] dienen te blijven. Het beroep van [geïntimeerde] op artikel 6:96 lid 2 BW Pro gaat niet op, omdat zij nakoming en geen schadevergoeding vordert.
5.De beslissing
22 oktober 2019bij akte een inzichtelijke berekening over te leggen,