De zaak betreft een hoger beroep waarin de middellijk bestuurder van een lege BV aansprakelijk wordt gehouden voor het niet nakomen van een financial leaseovereenkomst met Volkswagen Bank GmbH (VW). De bestuurder had namens de BV een leaseovereenkomst gesloten terwijl hij wist of behoorde te weten dat de BV niet aan haar verplichtingen kon voldoen en geen verhaal zou bieden.
VW vorderde schadevergoeding wegens niet betaalde leasetermijnen en schade aan het geleasete voertuig. De kantonrechter wees de vordering toe, en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof overwoog dat onder bijzondere omstandigheden een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn indien hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, zoals het bewust aangaan van verplichtingen door een lege BV.
De middellijk bestuurder voerde verweren aan, waaronder dat de overdracht van aandelen en bestuur aan een stichting de aansprakelijkheid zou beperken en dat de leaseovereenkomst slechts een formaliteit was. Het hof verwierp deze verweren omdat de bestuurder op het moment van het aangaan van de leaseovereenkomst feitelijk bestuurder was en zich bewust moest zijn van de financiële situatie van de BV.
De schade werd vastgesteld op €25.000, een bedrag dat VW zelf had beperkt. De vordering tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met rente, werd toegewezen. Het hof veroordeelde de bestuurder tevens in de kosten van het hoger beroep en de nakosten.