ECLI:NL:GHARL:2019:8119
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete voor parkeren op trottoir op voor publiek openstaande weg
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90,- opgelegd voor het parkeren van een stilstaand voertuig op het trottoir, een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat het voertuig op eigen terrein stond en dat de officier van justitie niet tijdig de zaakstukken had overgelegd.
Het hof oordeelde dat de locatie waar het voertuig stond feitelijk voor het openbaar verkeer openstond, waardoor de verkeersregels onverkort van toepassing waren. Het gedeelte waar het voertuig stond werd als trottoir aangemerkt, ongeacht het laden en lossen. Toestemming van het bedrijf om te parkeren gaf geen recht op het niet opleggen van een sanctie. De boa die de sanctie oplegde was bevoegd volgens de geldende beleidsregels.
Het hof stelde vast dat de officier van justitie niet had voldaan aan zijn informatieverplichting op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor de beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie gegrond werd verklaard. Het beroep tegen de boete zelf werd echter ongegrond verklaard. Verzoeken om een dwangsom en proceskostenvergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren op het trottoir wordt ongegrond verklaard, maar het beroep tegen de officier van justitie wordt gegrond verklaard wegens niet tijdige overlegging van stukken.