ECLI:NL:GHARL:2018:3726
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid BOA en motiveringsgebrek in beslissing kantonrechter bij verzekeringsplichtschending
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 19 april 2018 het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter Noord-Nederland van 26 juli 2016. De betrokkene was gesanctioneerd voor het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte motorrijtuigverzekering, vastgesteld via een RDW-registercontrole op 17 juni 2015.
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de beslissing van het Openbaar Ministerie vernietigd, maar het hof constateerde dat de kantonrechter niet op alle aangevoerde gronden was ingegaan, waardoor sprake was van een motiveringsgebrek. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en nam zelf de beoordeling over.
Het hof oordeelde dat de bevoegdheid van de BOA die de beschikking had opgelegd niet was aangetast door de overgang van de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar naar de Beleidsregels BOA per 1 juli 2015. De gedraging was geconstateerd vóór de inleidende beschikking, maar de datum van oplegging is bepalend voor de bevoegdheid. De sanctie werd gehandhaafd omdat de verzekeringsplicht ook geldt als het voertuig niet op de openbare weg wordt gebruikt en het niet ontvangen van een herinnering voor rekening van de betrokkene komt.
Tot slot veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden aan de betrokkene vergoed.