ECLI:NL:GHARL:2020:10108
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagsregeling minderjarige na erkenning en omgangsconflicten
In deze zaak staat het geschil over het ouderlijk gezag over een minderjarige centraal, waarbij de moeder in hoger beroep de bestreden beschikking van de rechtbank van 6 april 2020 aanvecht. De vader is samen met de moeder belast met het gezag, maar de moeder betoogt dat de communicatieproblemen en het gedrag van de vader het gezamenlijk gezag onmogelijk maken en het kind daardoor klem kan raken.
De moeder wijst op een incident waarbij de minderjarige verwondingen opliep tijdens omgang bij de vader, wat leidde tot een melding van kindermishandeling en het stopzetten van de omgangsregeling. De vader bestrijdt de beschuldigingen en stelt dat de moeder hem geen eerlijke kans geeft om het gezag gezamenlijk uit te oefenen.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling adviseren handhaving van het gezamenlijk gezag. Het hof oordeelt dat ondanks de moeizame communicatie en conflicten tussen ouders, het belang van het kind niet vraagt om eenhoofdig gezag bij de moeder. Gezamenlijk gezag biedt een heldere positie voor beide ouders en de GI en bevordert betrokkenheid en afstemming.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing onderstreept het belang van samenwerking en afstemming onder regie van de GI voor de ontwikkeling van het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige en wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af.