Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde3] ,
[geïntimeerde4] ,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- de memorie na enquête van [appellante] ;
- de memorie na enquête van [geïntimeerde1] ;
- de antwoordmemorie na enquête en comparitie van [geïntimeerde4] ;
- het schriftelijk pleidooi van [appellante] met producties (met producties 39-43);
- de pleitaantekeningen schriftelijk pleidooi van [geïntimeerde1] (met producties 20-23);
- de pleitnota schriftelijk pleidooi van [geïntimeerde4] .
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
“Het kan ook iets eerder geweest zijn dat wij daar waren.”
“
“helder, rustig, reëel zijn situatie en beslissing overziend, weloverwogen kon oordelen over de handeling in december 2013. Er was meer dan gerede reden tot twijfel. De notaris had een nadere medische beoordeling moeten vragen!”Uit deze brief is echter naar het oordeel van het hof niet op te maken dat [C] op 2 december 2013 leed aan een geestelijke stoornis die hem belette zijn wil te bepalen en [appellante] te onterven. De brief van Timmerhuis is ook niet te kwalificeren als betrouwbare medische informatie die het bestaan van zodanige geestelijke stoornis kan onderbouwen. Zij baseert haar conclusies als gezegd op de medische informatiebrieven van professor Bloem en heeft [C] zelf nooit gezien of gesproken. Ten slotte staat haar conclusie haaks op wat de notaris, de kandidaat-notaris en de oud-notaris die [C] wel hebben gezien en gesproken hebben verklaard over zijn geestelijke gesteldheid.
“overdag helder en adequaat”) dan een bewijs van het tegendeel daarvan.