Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Nederland van 22 mei 2018, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €230 wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 27 juli 2016 in Smilde. De sanctie werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de bestuurder niet was staande gehouden. De betrokkene stelde dat de ambtenaar geen goede reden had om af te zien van staandehouding en dat het recht om gehoord te worden was geschonden.
Het hof constateert dat de ambtenaar ter plaatse was en de overtreding heeft vastgesteld, maar dat het enkel feit dat hij bezig was met het uitschrijven van een andere bon onvoldoende rechtvaardigt dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden. De ambtenaar heeft niet gesteld waarom hij het uitschrijven niet kon onderbreken om de bestuurder staande te houden.
Op grond van artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen, tenzij dit niet reëel mogelijk is. Het hof oordeelt dat die reële mogelijkheid hier wel bestond en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de beschikking van de officier van justitie en verklaart het beroep gegrond.
Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op €787,50. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctie aan de kentekenhouder wegens het niet staande houden van de bestuurder en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten.