Uitspraak
[appellante] ,
1. [geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
2. [geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak tussen buren over de erfgrens en beplanting heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat de coniferenheg tussen de percelen mandelig is en door bevrijdende verjaring de juridische erfgrens vormt. De kadastrale grens wijkt af van de feitelijke erfgrens, die samenvalt met het midden van de heg.
De appellant vorderde onder meer de vervanging van de coniferenheg door een scheidsmuur van twee meter hoog. Het hof wees deze vordering toe omdat de tegenpartij geen gemotiveerd verweer voerde. Daarnaast werden vorderingen tot een verbod op betreden van elkaars erf en het maken van opnamen deels toegewezen, met dwangsommen voor overtreding.
Andere vorderingen, zoals schadevergoeding voor beschadiging van beplanting en het verhogen van dwangsommen, werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat het executiegeschil apart moet worden behandeld. De kosten in het principaal hoger beroep werden gecompenseerd, terwijl in het incidenteel hoger beroep de tegenpartij in de kosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De coniferenheg is mandelig en de juridische erfgrens valt samen met het midden van de heg; de vordering tot vervanging door een scheidsmuur wordt toegewezen, overige vorderingen worden afgewezen.