Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z] , Luxemburg(hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Douane, kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, exploitant van een motortankschip, kreeg naheffingsaanslagen accijns en voorraadheffing opgelegd wegens het voorhanden hebben van gasolie met onvoldoende merkstof (Solvent Yellow 124) aan boord van het schip. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde anders.
Tijdens een controle op 12 november 2016 werden monsters genomen uit de bunkertanks van het schip, waaruit bleek dat het SY-gehalte lager was dan voorgeschreven. Belanghebbende voerde aan dat de accijns bij de toeleverancier moest worden nageheven en dat de monsters niet representatief waren. Het Hof stelde vast dat belanghebbende de gasolie feitelijk beschikkingsmacht had en dat de monsters bevoegdelijk en correct waren genomen en geanalyseerd.
Het Hof oordeelde dat de regelgeving omtrent de toevoeging van herkenningsmiddelen aan minerale oliën rechtsgeldig was en dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd. Wel vernietigde het Hof de verzuimboete omdat niet kon worden vastgesteld hoe de rode gasolie vermengd raakte met andere gasolie, waardoor afwezigheid van alle schuld aannemelijk was. Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslagen bevestigd en de verzuimboete vernietigd.