Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
- 1 primair onder A: feitelijke leiding geven aan (medeplegen van) oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
- 1 primair onder B: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
- 2 primair onder A: feitelijke leiding geven aan opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
- 2 primair onder B: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
- het arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van dit hof van 29 januari 2020 in de onderliggende strafzaak en de bewijsmiddelen die voor de daarin bewezenverklaarde feiten zijn gebezigd – voor zover van toepassing in deze ontnemingszaak (verder: het arrest);
- het rapport strafrechtelijk financieel onderzoek betreffende het wederrechtelijk verkregen voordeel (verder: het rapport);
- de bijlagen behorende bij het rapport, ter onderbouwing van het rapport.
zelfzou hebben verkregen.
€ 1.005,95.
€ 27.629,80.
€ 5.980,23.
€ 7.213,86.
€ 2.000,00.
€ 462,18.
€ 14.500,00.
€ 2.162,36.
€ 2.220,40.
€ 10.084,00.
€ 3.781,50.
€ 714,25.
totale omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeelvast op € 256.128,68 - € 14.500,00 =
€ 241.628,68.
€ 241.628,68.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
€ 241.628,68 (tweehonderdeenenveertigduizend zeshonderdachtentwintig euro en achtenzestig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag
van € 241.628,68 (tweehonderdeenenveertigduizend zeshonderdachtentwintig euro en achtenzestig cent).