Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de gemeente Noordoostpolder (hierna: de heffingsambtenaar)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Geschil
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een in 1955 gebouwde rijwoning in Noordoostpolder. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2017 vast op €114.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betwist belanghebbende de waarde en pleit voor een lagere waarde van €105.000. De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkbare referentieobjecten in dezelfde straat. Het hof stelde vast dat de taxatiematrix en de gehanteerde vergelijkingsmethode voldoende betrouwbaar zijn, ondanks het buiten beschouwing laten van een referentieobject vanwege onduidelijkheid over de verkrijgingsomstandigheden.
De inhoudsberekeningen en correcties naar de waardepeildatum werden eveneens beoordeeld en geacht adequaat te zijn. Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €114.000 bevestigd.