Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2009, over wie zij tot aan de bestreden beschikking gezamenlijk gezag uitoefenden. De rechtbank had de moeder eenhoofdig gezag toegekend en het verzoek van de vader tot omgang afgewezen. Het hof bevestigt dat de omstandigheden zijn gewijzigd, met name het ontbreken van contact tussen vader en kind sinds de zomer van 2018, en dat de communicatie tussen ouders zodanig moeizaam is dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind is.
Het hof overweegt dat de vader niet adequaat reageert op toestemmingsverzoeken en soms onbereikbaar is, wat de ontwikkeling en behandeling van het kind belemmert. De moeder moet daarom het gezag alleen uitoefenen om rust en stabiliteit te waarborgen. Ten aanzien van omgang oordeelt het hof dat het recht op omgang aan de vader voor onbepaalde tijd wordt ontzegd, mede op advies van de raad en de betrokken hulpverleningsinstantie, die traumabehandeling voor het kind noodzakelijk achten voordat omgang kan worden overwogen.
Het hof wijst verzoeken tot nader onderzoek af omdat het zich voldoende voorgelicht acht. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierechtelijke aard van de zaak. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd voor het gezag en vernietigd voor de omgang, waarbij de omgang aan de vader wordt ontzegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder en ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige voor onbepaalde tijd.