Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
[geïntimeerde] heeft nimmer rekening gehouden met de mogelijkheid dat de gemeente, het bevoegd gezag in deze, voet bij stuk zou houden.
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
"Ik weet niet of Energy Village[Hotel, toevoeging hof]
zelf partij zou worden bij de contracten. Ik weet niet welke vennootschap partij zou worden. Dat was voor mij ook niet zo interessant omdat ik de groep als een entiteit zag."Getuige [E] , hoofd facilitair van Hotel, heeft verklaard (proces-verbaal van 29 maart 2018) dat de plannen voor de locatie Oosterhesselen en voor een andere locatie in Uithuizen niet onder de vlag van Hotel zouden worden ontwikkeld. [F] , destijds administrateur bij Workforce:
"Wij werden door de heer [geïntimeerde] en de heer [D] geïnformeerd over de andere locaties waar men mee bezig was. Er is ons niet verteld binnen welke BV's deze locaties zouden worden ontwikkeld. Het was in ieder geval niet onder EVH. Wij wisten niet welke BV's het wel zouden doen. GTEVH[Hotel, toevoeging hof]
zou het in ieder geval niet worden, omdat de werknemers die op de loonlijst stonden bij het Village hotel niet mee konden naar de andere locatie in Zuid-Drenthe"(proces-verbaal van 29 maart 2018). Dat het de bedoeling was dat Hotel een rol zou spelen in de alternatieve plannen blijkt ook niet uit de aandeelhoudersovereenkomst. Hotel was bij die overeenkomst in ieder geval geen partij. [geïntimeerde] was partij in hoedanigheid van bestuurder van een nieuw opgerichte vennootschap: New Village Hotel BV. Alleen in artikel 9 van Pro de overeenkomst wordt in het algemeen gesproken van 'gelieerde ondernemingen' die bij de projecten zouden worden betrokken, maar uit niets blijkt dat (en op welke manier) Hotel tot die gelieerde ondernemingen zou gaan behoren. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat er concrete plannen waren om op een andere locatie activiteiten voort te zetten, onderbouwd met exploitatieoverzichten, kan daarom naar het oordeel van het hof, anders dan de rechtbank heeft beslist, niet worden geconcludeerd dat (de verwachting gerechtvaardigd was dat) daaruit (binnen afzienbare tijd) een inkomensstroom naar Hotel zou vloeien.