ECLI:NL:GHARL:2020:5186

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
7 juli 2020
Zaaknummer
200.268.518
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof spreekt echtscheiding uit van Eritrees kerkelijk huwelijk wegens duurzame ontwrichting

In deze zaak stond de vraag centraal of het Eritrese kerkelijke huwelijk tussen partijen rechtsgeldig was en of de echtscheiding uitgesproken kon worden. Het hof bevestigde de rechtsgeldigheid van het huwelijk op basis van de originele huwelijksakte die door de vrouw was overgelegd. Deze akte werd geaccepteerd als bewijs, zonder twijfel aan authenticiteit.

De vrouw had onbetwist gesteld dat het huwelijk duurzaam was ontwricht. Het hof volgde deze stelling en besloot anders dan de rechtbank, die de echtscheiding niet had uitgesproken. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en sprak de echtscheiding uit.

De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt, gezien hun echtelijke verhouding. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en op 7 juli 2020 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het gerechtshof spreekt de echtscheiding uit van het Eritrese kerkelijk huwelijk wegens duurzame ontwrichting.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.268.518
(zaaknummer rechtbank Gelderland 354394)
beschikking van 7 juli 2020
inzake
[verzoekster],
wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. M.D. Splinter te Houten,
en
[verweerder],
wonende te [B] ,
verder te noemen: de man,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 30 april 2020 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit een journaalbericht van mr. Splinter van 22 juni 2020 met één productie.

2.De motivering van de beslissing

2.1
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 30 april 2020, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.
2.2
In die beschikking heeft het hof de vrouw in de gelegenheid gesteld de originele huwelijksakte in het geding te brengen. Zij heeft dit gedaan bij het journaalbericht van mr. Splinter van 22 juni 2020.
2.3
Op grond van de thans overgelegde originele huwelijksakte komt het hof tot het oordeel dat de vrouw voldoende heeft onderbouwd dat zij gehuwd is met de man. Zoals in de tussenbeschikking van 30 april 2020 is overwogen, dient een Eritrese kerkelijke huwelijksakte in beginsel als bewijs van het huwelijk te worden geaccepteerd. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de authenticiteit van het overgelegde stuk. Daarmee wordt uitgegaan van de rechtsgeldigheid van het huwelijk.
2.4
De vrouw heeft onbetwist gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Daarom zal het hof, anders dan de rechtbank heeft gedaan, de echtscheiding tussen partijen uitspreken.

3.De slotsom

3.1
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt de grief. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.
3.2
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen echtgenoten zijn.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 15 augustus 2019 en opnieuw beschikkende:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [C] , Eritrea, [in]
2008;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.A. Eskes, R. Feunekes en H. Phaff, bijgestaan door de griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. Phaff en is op 7 juli 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.