Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de ouders tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland inzake de uithuisplaatsing van hun kind. De machtiging tot uithuisplaatsing was verleend van 16 april 2019 tot 6 september 2019 en het hof beoordeelde de rechtmatigheid van deze maatregel in het licht van artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op gezinsleven beschermt.
Het hof stelde vast dat er ernstige zorgen waren over de veiligheid van het kind bij de ouders thuis. De moeder vertoonde onveilig gedrag en mogelijk psychische stoornissen zoals ADHD en borderline persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling. Er waren meldingen van huiselijk geweld door de vader jegens de moeder en meerdere aangiftes tegen de vader wegens zedenzaken. De ouders slaagden er niet in de veiligheidszorgen weg te nemen.
De ouders werden aangemeld voor een gezinshuistraject, maar toonden onvoldoende bereidheid tot samenwerking en openheid, wat door het gezinshuis als contra-indicatie werd gezien. Het hof verwierp het verzoek van de ouders tot nader onderzoek, omdat dit niet tot een andere beslissing zou leiden en medewerking van de ouders ontbrak.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees de overige verzoeken af, waarmee de uithuisplaatsing rechtmatig werd geacht.
Uitkomst: De beschikking tot uithuisplaatsing van het kind wordt bekrachtigd vanwege onveiligheid en onvoldoende samenwerking van de ouders.