ECLI:NL:GHARL:2020:6323

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 augustus 2020
Publicatiedatum
11 augustus 2020
Zaaknummer
Wahv 200.271.947/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift in bestuursstrafzaak

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Het hof oordeelde dat het beroepschrift gedateerd was op de laatste dag van de beroepstermijn, maar dat niet was aangetoond dat het daadwerkelijk op die dag ter post was bezorgd. De gemachtigde voerde aan dat het beroepschrift was aangemaakt en geprint op die dag, met bewijs in de vorm van screenshots van het systeem en Google Cloud Print.

Het hof nam aan dat het beroepschrift was aangemaakt en geprint, maar vond dat dit onvoldoende bewijs was voor tijdige verzending. Omdat het beroepschrift niet aangetekend was verzonden en de gemachtigde niet aannemelijk kon maken dat het binnen de termijn ter post was gebracht, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.271.947/01
CJIB-nummer
: 220257587
Uitspraak d.d.
: 11 augustus 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Uit artikel 6:9 van Pro de Awb volgt dat een beroepschrift dat binnen een week na het aflopen van de beroepstermijn per post binnenkomt nog op tijd is, zolang het beroepschrift maar voor het einde van de termijn op de post is gedaan.
2. De beslissing van de kantonrechter is op 4 november 2019 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 16 december 2019. Het beroepschrift is gedateerd 16 december 2019. Het beroepschrift is – zo blijkt uit het stempel – op
23 december 2019 door de rechtbank ontvangen. Het poststempel is gedateerd
17 december 2019. Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.
3. Bij brief van de griffier van 16 maart 2020 is de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid gesteld om redenen van de te late indiening van het beroepschrift op te geven. De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief van 10 april 2020 het volgende aangevoerd. Beroepschriften worden gegenereerd in een systeem dat speciaal hiervoor is gebouwd. Daarbij wordt een dagtekening op een document gezet dat correspondeert met de dag waarop dat document wordt gegenereerd. Het komt veelvuldig voor dat, naast de normale lading post die vòòr 17.00 uur ter post wordt bezorgd, nog een aantal documenten meegaat in een late lading. Deze lading wordt normaliter uiterlijk om 22.00 uur alsnog ter post bezorgd door deze in de brievenbus te deponeren. Aangetekend versturen is economisch helaas niet haalbaar. In de brief van 10 april 2020 is een screenshot uit het Customer Relationship Management opgenomen. Volgens de gemachtigde blijkt daaruit dat op
16 december 2019 een document is aangemaakt. Voorts is in laatstgenoemde brief een screenshot van Google Cloud Print opgenomen, waaruit blijkt dat het op 16 december 2019 gegenereerde document is geprint. de gemachtigde stelt zich dan ook op het standpunt dat met het voorgaande voldoende is aangetoond dat het hoger beroepschrift op 16 december 2019 ter post is bezorgd
4. Het hof wil wel aannemen dat in de onderhavige zaak het hoger beroepschrift op
16 december 2019 is aangemaakt en geprint. Het hof merkt hierbij op dat in het hoger beroepschrift als referentie van de gemachtigde is vermeld "APPJ18NL0001823" en dat dit referentienummer ook in de schermafdruk van Google Cloud Print is vermeld. Het hof is van oordeel dat met het voorgaande echter niet is aangetoond dat dit beroepschrift daadwerkelijk op 16 december 2019 ter post is bezorgd. De gevolgen van de omstandigheid dat het beroepschrift niet aangetekend is verzonden en dat de gemachtigde als gevolg daarvan niet kan aannemelijk kan maken dat het hoger beroepschrift binnen de beroepstermijn ter post is bezorgd, komen voor zijn rekening.
5. Nu niet gebleken is dat de termijnoverschrijding de betrokkene niet kan worden toegerekend, zal het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.