Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
25 augustus 2020
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Onderneming” [G] wordt bedoeld):
1. wat tussen Partijen is overeengekomen
OVEREENKOMST BETREFFENDE “SUBCONTRACTOR OP AFSTAND” C.Q. ADDENDUM OP DE BESTAANDE VERVOERSOVEREENKOMST TUSSEN PARTIJEN D.D 18 DECEMBER 2007”die is gesloten tussen [I] BV, tevens handelde onder de naam [J] (aangeduid als [J] ), en [F] , handelende onder de naam [G] . Hierin is onder meer in aanmerking genomen en bepaald dat:
A.Algemeen”onder meer vermeld (waarbij met “
Onderneming” [G] / [G] B.V. wordt bedoeld):
B.Specificaties” bevat een omschrijving van de verschillende vervoerswerkzaamheden.
C.
Vergoedingen” is onder meer vermeld (waarbij met “
Onderneming” [G] / [G] B.V. wordt bedoeld):
1 De ratio van de overeenkomst” onder meer vermeld (waarbij [G] B.V. is aangeduid als “De Vervoerder”):
Overeenkomst tot vervoer van pakketten”, gesloten door [K] (Nederland) BV (in de overeenkomst aangeduid als “de Expediteur”) en [G] B.V. (in de overeenkomst aangeduid als “de Ondernemer”) Hierin is in de considerans onder meer opgenomen:
Convenant belastingdienst met [A]
Convenant [A] en Belastingdienst
Voorzittermerkt op dat de Inspecteur in de procedure heeft gesteld dat het convenant alleen ziet op mensen die zelf een vervoersovereenkomst hebben met [A] . En in het verweerschrift in eerste aanleg schrijft de Inspecteur “volgens mijn informatie”.
Inspecteurverklaart dat het convenant is gesloten om duidelijkheid te geven over de inhoudingsplicht van [A] . In het convenant wordt niets gezegd over het ondernemerschap.
Inspecteurverklaart dat hij intern wil overleggen of hij het convenant in deze procedure kan overleggen, en zo ja welk gedeelte van het convenant. Hierbij is van belang dat het convenant is gesloten met [A] , en dat [A] geen procespartij is in deze procedure.”
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
25 augustus 2020in het openbaar uitgesproken.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).