Partijen zijn in 2015 gescheiden met een echtscheidingsconvenant waarin zij afzien van partneralimentatie en de man de schulden op zich neemt. De vrouw verzocht om wijziging van partneralimentatie, stellende dat de schulden nog niet zijn afgelost en zij behoeftig is.
De rechtbank wees dit verzoek af, wat de vrouw in hoger beroep bestreed. Het hof onderzocht of sprake was van een niet-wijzigingsbeding en oordeelde dat de tekst van het convenant niet definitief afstand van partneralimentatie betekent. Er was ook geen niet-wijzigingsbeding overeengekomen.
Het hof constateerde een relevante wijziging van omstandigheden omdat de schulden nog niet waren afgelost binnen de afgesproken termijn. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.530,- netto per maand, maar haar behoeftigheid werd niet aangetoond omdat zij niet kon aantonen niet meer dan 20 uur te kunnen werken.
De vrouw slaagde er niet in haar behoeftigheid voldoende te onderbouwen, waardoor het hof de afwijzing van haar verzoek bekrachtigde. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de aard van de procedure tussen gewezen echtgenoten.