Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond centraal of Accon AVM Groep B.V. als belastingadviseur van [appellant2] een beroepsfout had gemaakt door de onroerende zaak aan te geven in box 3 in plaats van box 1 van de Wet IB 2001, wat leidde tot belastingheffing over de vrijval van een herinvesteringsreserve.
De feiten betroffen een pand dat in verhuurde staat was gekocht en als beleggingsobject in box 3 was aangemerkt. De Inspecteur had de herinvesteringsreserve in 2008 vrijgevallen verklaard, wat leidde tot een aanslag inkomstenbelasting. Accon maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn, en er werd geen beroep ingesteld.
Het hof stelde vast dat het pand niet tot het verplichte ondernemingsvermogen behoorde, omdat de seksonderneming was gestaakt en het pand verhuurd was aan derden, waaronder een horecaonderneming. Het pand was derhalve verplicht privévermogen. De keuze om het pand in box 3 te plaatsen was rechtmatig en kon niet worden herzien zonder bijzondere omstandigheden, die niet waren gesteld.
De stelling van [appellant2] dat sprake was van een beroepsfout en schade werd geleden, werd verworpen. Het hof verklaarde Hagrabel niet-ontvankelijk in hoger beroep, bekrachtigde het eindvonnis en veroordeelde [appellant2] in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van [appellant2] af wegens ontbreken van beroepsfout en schade.