ECLI:NL:GHARL:2020:8152
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over billijke vergoeding na vernietiging ontslag arbeidsovereenkomst
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond het hoger beroep centraal tegen de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst van verzoekster door de kantonrechter. Het hof had eerder geoordeeld dat de kantonrechter ten onrechte de arbeidsovereenkomst ontbonden had. Nadat het ontslag op staande voet door de kantonrechter was vernietigd en daartegen geen hoger beroep was ingesteld, kon het hof overgaan tot de vaststelling van de billijke vergoeding.
De arbeidsovereenkomst was voor bepaalde tijd en liep af op 1 april 2019, waardoor herstel van de arbeidsovereenkomst niet meer aan de orde was. Het hof stelde de billijke vergoeding vast op € 4.780,- bruto, een bedrag dat door Fositrans reeds was betaald. De vergoeding werd gemotiveerd in de eerdere tussenbeschikking.
Daarnaast verzocht verzoekster om veroordeling van Fositrans in de proceskosten van beide instanties. Het hof vernietigde de eerdere compensatie van proceskosten door de kantonrechter en veroordeelde Fositrans tot betaling van € 200,- aan salaris gemachtigde in eerste aanleg en € 1.935,- aan griffierecht en advocaatkosten in hoger beroep. Het hof wees overige vorderingen af.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te Leeuwarden op 8 oktober 2020.
Uitkomst: Het hof stelt de billijke vergoeding vast en veroordeelt Fositrans in de proceskosten van verzoekster.