Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
hierna: Markerink,
advocaat: mr. J.C. Wery.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
W.B.C. Projekten II B.V. en Markerink Projecten II B.V. waren vennoten in de vennootschap onder firma Marhege. Na opzegging van de vennootschap door Markerink ontstond onenigheid over de waardering van het aandeel van WBC in het vermogen van Marhege.
De vennootschapsakte bepaalt dat bij geschil de rechter op verzoek van de meest gerede vennoot een deskundige kan benoemen voor de waardering. De kantonrechter benoemde twee deskundigen, maar één deskundige (R. Jansen) aanvaardde de benoeming niet. De kantonrechter wees een nieuw verzoek tot benoeming van een andere deskundige af vanwege het gezag van gewijsde van de eerdere beschikking.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het gezag van gewijsde niet aan de orde is omdat de eerdere beschikking geen inhoudelijk oordeel over de rechtsbetrekking bevatte, maar slechts over de benoeming van deskundigen. Het hof wijst het ontvankelijkheidsverweer van Markerink af en stelt dat de naamcorrectie van WBC toewijsbaar is.
Het hof benoemt vervolgens de door WBC voorgestelde deskundige L. Witte, een register-valuator, en vernietigt de beschikking van de kantonrechter. Iedere partij draagt haar eigen kosten en het geschil kan zo voortgang vinden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en benoemt een nieuwe deskundige voor de waardering van het aandeel in Marhege.