Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een Nederlandse dochtermaatschappij van een Belgische groep, had leningen afgesloten bij een Belgisch concernfinancieringslichaam ([C]) ter financiering van de overname van aandelen in een andere vennootschap ([F]). De Inspecteur weigerde de renteaftrek op deze leningen over het jaar 2007 op grond van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB), die renteaftrek beperkt bij overnameschulden zonder zakelijke motieven.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof oordeelt dat de rente over de leningen terecht niet in aftrek is genomen omdat de financieringsconstructie via het coördinatiecentrum [C] een kunstmatige structuur is, gedreven door fiscale motieven en niet door overwegend zakelijke overwegingen.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de leningen binnen een fiscale eenheid vielen en dat artikel 10a in strijd zou zijn met EU-recht en het rechtszekerheidsbeginsel. Het hof verwierp deze grieven, verwijzend naar jurisprudentie en het ontbreken van aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU.
Het hoger beroep wordt daarmee ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de renteaftrek op de leningen ter financiering van de overname terecht is geweigerd wegens een kunstmatige constructie zonder overwegend zakelijke motieven.