Uitspraak
De procedure tot aan het verzet in hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De huurder heeft een sociale huurwoning gehuurd van De Alliantie. Het hof oordeelde eerder in een verstekarrest dat de huurder niet haar hoofdverblijf in de woning heeft, wat een tekortkoming in de huurovereenkomst vormt. Hierdoor werd de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen.
De huurder stelde verzet in tegen dit verstekarrest. In de verzetprocedure betwistte zij dat zij niet haar hoofdverblijf in de woning heeft en voerde omstandigheden aan zoals ziekte, bezoek aan haar moeder, ploegendienst en aanwezigheid van haar kinderen in het gehuurde. Het hof achtte deze betwistingen onvoldoende gemotiveerd en niet onderbouwd met concrete feiten of bewijsstukken.
De Alliantie had onder meer verklaringen van omwonenden, jaarnota’s van energieverbruik en huisbezoeken overgelegd waaruit bleek dat de huurder zelden in het gehuurde verbleef. De huurder leverde geen bewijs om dit te weerleggen. Het hof verwierp het aanbod van getuigenbewijs omdat de stelling van De Alliantie onvoldoende was betwist.
Het hof bevestigde dat de tekortkoming rechtvaardigt dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat de ontruiming kan worden bevolen. Het verzet werd ongegrond verklaard, het verstekarrest bleef in stand en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Uitkomst: Het verzet van de huurder tegen ontbinding en ontruiming van de sociale huurwoning wordt ongegrond verklaard en het verstekarrest blijft in stand.