Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Procesgang van het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
mr. J.A.M. Kwakman, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
subsidiair
meer subsidiair
subsidiair
meer subsidiair
primair
primair
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
primair en subsidiair
meer subsidiair
primair en subsidiair
meer subsidiair
1° hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander, hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;
2° hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.
In het geval onder 2° omschreven wordt het misdrijf niet vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 9.557,89 rechtstreeks schade heeft geleden. De medeverdachte heeft de ten laste van hem in eerste aanleg hoofdelijk toegewezen vordering van [benadeelde partij 1] voldaan. Verdachte is daarom niet (meer) tot vergoeding van de materiële schade gehouden, zodat de vordering in zoverre zal worden afgewezen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
€ 2.000,- rechtstreeks schade heeft geleden. De medeverdachte heeft de ten laste van hem hoofdelijk toegewezen vordering van [benadeelde partij 3] voldaan. Verdachte is daarom niet (meer) tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering zal worden afgewezen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
dit feithet cassatieberoep wordt verworpen. Met die beslissing van de Hoge Raad is de vordering van de benadeelde partij niet meer onderdeel van deze teruggewezen procedure. Het hof stelt volledigheidshalve vast dat met betrekking tot de beslissing tot schadevergoeding voor wat betreft dit feit geen schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. In zoverre speelt de beslissing evenmin een rol in het kader van de strafoplegging. Met het oog op de volledigheid en leesbaarheid van het arrest zal het hof de beslissing hieronder vermelden in die zin dat het hof verstaat dat op deze verzoeken in een eerder stadium is beslist.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
107 (honderdzeven) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 9.557,89 (negenduizend vijfhonderdzevenenvijftig euro en negenentachtig cent) aan materiële schadeaf.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
€ 10.000,00 (tienduizend euro) aan materiële schadeaf.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
€ 517,76 (vijfhonderdzeventien euro en zesenzeventig cent) aan materiële schadeheeft afgewezen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
€ 964,09 (negenhonderdvierenzestig euro en negen cent) aan materiële schadeaf.