In deze ontnemingszaak tegen betrokkene wegens hennepteelt heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland vernietigd. Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €60.190,54, hoger dan het bedrag van de rechtbank, en legde de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat op.
Het hof baseerde zich op het strafdossier en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, waarbij het aantal planten, oogsten en opbrengst werden vastgesteld aan de hand van verklaringen van betrokkene en de BOOM-normen. Alleen kosten die direct gerelateerd zijn aan de voltooiing van het delict, zoals stekkosten, variabele kosten, huurkosten en afschrijvingskosten, werden in mindering gebracht. Kosten voor de illegale stroomvoorziening werden niet als direct gerelateerd beschouwd en dus niet afgetrokken.
De verdediging voerde aan dat het voordeel lager moest worden vastgesteld of zelfs afgewezen vanwege vrijspraak in de strafzaak, maar het hof verwierp deze stellingen. Het hof oordeelde dat betrokkene onvoldoende inzicht gaf in de opgevoerde investeringskosten en dat de gebruikelijke BOOM-berekeningsmethode juist is toegepast.
De redelijke termijn was in eerste aanleg overschreden, maar het hof vond geen aanleiding om daar in deze ontnemingszaak extra consequenties aan te verbinden. Het hof bepaalde ook de maximale duur van gijzeling op 1080 dagen en deed uitspraak op 11 november 2021.