ECLI:NL:GHARL:2021:11234
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake snelheidsovertreding bij mobiele radarcontrole
In deze zaak ging het om hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter Limburg inzake een snelheidsovertreding vastgesteld met mobiele radarapparatuur. De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 11 km/u op de A73. De gemachtigde voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een verweerschrift van het openbaar ministerie, twijfel over de bevoegdheid van de beslisser, onvoldoende motivering van de beslissing van de officier van justitie, en schending van artikel 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van een verweerschrift niet leidt tot vernietiging van de beschikking, aangezien de officier van justitie ter zitting zijn standpunt heeft toegelicht. De bevoegdheid van de beslisser werd geacht aanwezig te zijn, omdat geen concrete feiten of omstandigheden waren aangevoerd die dit in twijfel trokken. De motivering van de beslissing van de officier van justitie werd als deugdelijk beoordeeld, en klachten over ontbrekende stukken werden verworpen omdat deze niet relevant waren voor de zaak.
Ten aanzien van de feitelijke grondslag voor de bebording stelde het hof vast dat het dossier voldoende bewijs bevatte, waaronder een foto en zaakoverzicht waaruit blijkt dat de maximumsnelheid van 100 km/u duidelijk was aangegeven. Ook werd bevestigd dat de mobiele radarcontrole correct was uitgevoerd. De klacht dat de werkwijze van de controle een schending van artikel 8 EVRM Pro zou zijn, werd verworpen op basis van een eerder arrest van het hof. Wel werd erkend dat de motivering van de kantonrechter over de privacyaspecten onvoldoende was, maar dit werd verbeterd in het arrest.
Het hof bevestigde uiteindelijk de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, waarmee de betrokkene in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.