Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
bij de kantonrechter: eiser,
[appellant],
[geïntimeerde],
1.De verdere procedure bij het hof
2. De verdere beoordeling van het geschil
partner nog niet had geleverd.
[geïntimeerde] heeft - als partijgetuige - onder meer het volgende verklaard:
“
Mijn vriendin en ik hadden geld gespaard. Dat geld was afkomstig van contante ontvangsten die zij en ik hadden gehad. Mijn vriendin werkte in de horeca en zij ontving wel eens contante bedragen. Dat ging voornamelijk om fooien, maar ze kreeg ook wel eens een bonus van haar werkgever in contante. Ook ik ontving wel eens contant geld, bijvoorbeeld van [appellant] wanneer ik voor hem klussen had gedaan. We bewaarden het geld in huis, in de middelste la van de tv-kast. Het geld was bestemd voor een vakantie. Op dit moment kan ik me niet meer herinneren hoeveel geld we hadden liggen. Ik weet wel dat ik er 2000 euro vanaf heb genomen. Dat geld heb ik in een envelop gedaan. Het ging vooral om briefjes van 50, maar er waren ook wat briefjes van 20 en twee of drie briefjes van 100 euro bij.
“
Ik heb [geïntimeerde] € 4.500,00 geleend voor zijn huis.
€ 2.000,-, anders dan de eerdere betalingen, niet in een whatsappbericht heeft aangekondigd. Ook heeft hij een aannemelijke, en niet door [appellant] bestreden, toelichting gegeven op de het feit dat hij over substantiële bedragen aan contant geld beschikte.
Het was een brievenbus die aan de gevel vastzit, geen brievenbus in een deur”-is in dat licht bezien niet zo verwonderlijk en benadert de feitelijke situatie heel behoorlijk, zeker wanneer in aanmerking wordt genomen dat [geïntimeerde] de verklaring ruim viereneenhalf jaar heeft afgelegd na de dag waarop hij, volgens zijn verklaring, de envelop met inhoud in de brievenbus van [appellant] heeft gedeponeerd.