ECLI:NL:GHARL:2021:11405
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontruimingsvordering wegens ontbreken hoofdverblijf in sociale huurwoning
In deze zaak huurde appellante in september 2020 een sociale huurwoning van Bazalt, maar zij is nooit in de woning gaan wonen omdat zij in Wit-Rusland verbleef. De huurovereenkomst verplichtte haar het hoofdverblijf in de woning te hebben. Bazalt vorderde na elf maanden ontruiming wegens het niet bewonen van de woning en de voorzieningenrechter wees deze vordering toe.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel haar hoofdverblijf in de woning had en dat de omstandigheden haar terugkeer naar Nederland belemmerden. Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij daadwerkelijk haar hoofdverblijf in de woning had en dat de omstandigheden onvoldoende waren aangetoond om de tekortkoming te rechtvaardigen.
Het hof stelde vast dat Bazalt als toegelaten instelling een spoedeisend belang had bij ontruiming vanwege de schaarste aan sociale huurwoningen en haar taak jegens de gemeente. Het hof concludeerde dat met grote waarschijnlijkheid in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zou worden toegewezen vanwege de tekortkoming.
Daarom werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de ontruimingsvordering toewijst wegens het ontbreken van het hoofdverblijf in de sociale huurwoning.